|
When in
Paris…..PINXO!
Parijs is
nog steeds een boeiende stad om uit eten te gaan. Het telt talloze klassieke én
moderne topeetgelegenheden. Maar om niet teleurgesteld te raken, moet je wel de
weg weten. Het loont de moeite om tevoren goed te zoeken op internet of in de
actuele Michelingids, om restaurants te vinden die waar bieden voor hun geld.
Zulke zoektochten, voor echte liefhebbers lekkere voorpret, hebben mij al
heerlijke en betaalbare bistro’s
als “La Maison de l’Aubrac” (37, Rue Marbeuf, een zijstraat van de
Champs-Elysées, 8e arrondissement) en “Le Pamphlet” (38, Rue
Debelleyme, in Le Marais, 3e arrondissement) doen ontdekken. En nu
werd het PINXO van Alain Dutournier.
De bistro- en brasseriewereld van Parijs is de afgelopen
jaren veel nieuw leven ingeblazen, niet in de laatste plaats door toedoen van
bekende grote sterrenkoks, die her en der hun naam hebben verbonden aan
klassieke of trendy etablissementen. Zo is er het imperium van Alain Ducasse,
dat alleen al in Parijs naast zijn met *** gelauwerde “Alain Ducasse au Plaza
Athénée”, ook zeer goede bistro’s telt als “Benoît” en “Rech”. Ook Pierre
Gagnaire, door menig collega, ook in ons land, de beste chef ter wereld
genoemd, is in de rage mee gegaan en maakte onder andere in een paar jaar tijd
van “Gaya Rive Gauche” een betaalbaar toprestaurant. En dan is er Alain
Dutournier, Gascon in hart en nieren, die om ondoorgrondelijke redenen
weliswaar (nog) geen drie sterren heeft met zijn emblematische Grand Restaurant
“Carré des Feuillants”, maar met het aanpandige “PINXO” een eigentijdse en zeer
succesvolle formule heeft neergezet.
PINXO (9, Rue d’Alger, 1e arrondissement) is
een wat sober aandoende, strak ingerichte zaak met een grote open keuken, waar
je ook met je gezicht naar de koks aan een soort toog kunt eten. De naam komt
van “pincher”, dat in het zuidwesten van Frankrijk zoveel betekent als “snel
even wat pikken (van andermans bord)”. Om dat het doorstaan, zijn alle
gerechten in drieën verdeeld, opdat je nog iets voor jezelf over houdt. Die
opbouw van de gerechten maakt het natuurlijk ook goed mogelijk “spontaan” te
delen met disgenoten; vandaar dat men het voor het gemak ook wel heeft over
tapas uit Gascogne.
Over de clientèle kun je natuurlijk vrij weinig zeggen als
je er één keer, op een stormachtige maandagavond in februari, hebt gegeten. De
zaak trek in ieder geval jongere Aziaten die goed bij kas zitten, dat was
duidelijk en niet zo raar, gezien het concept. Toen ik er was liep het verder
bijna vol met Fransen van gegoede komaf, met of zonder goede smaak overigens –de
man direct naast mij praatte tot vervelens (van zijn tafelgenoten) toe over
hoeveel geld hij wel niet had “gemaakt” met de tijdige verkoop van aandelen.
Dan over het eten en drinken, veel belangrijker natuurlijk.
Daarover kan ik niet anders dan de loftrompet af steken, want het was zeer
goed, origineel en betaalbaar. De inspiratie ligt duidelijk bij Dutournier’s
oorsprong, la Gascogne, gastronomisch gezien één van de belangrijkste streken
van Frankrijk. Het is de streek van de foie gras en andere lekkernijen van de
eend of gans, maar ook van allerlei lekkers uit zee, zoals de oesters van
Arcachon. En de zo inspirerende Baskische keuken is er ook al invloedrijk.
Erg grappig en lekker was het plantje tuinkers dat vooraf
op tafel kwam, waarvan de blaadjes gedipt dienden te worden in zeezout, zwarte
peper en/of gemalen piment d’Espelette. Daarbij kwamen verder wat groene,
Franse olijven. De Mauzac Nature, een mousserende wijn uit Gaillac, toonde zich
een perfect aperitief.
Het voorgerecht bracht mij in echte jubelstemming. De “Terrine
des Palombières, champignons et fruits aigre-doux” bleken drie forse plakken
zeer smaakvolle, grove gevogeltepaté, op een bedje van perfect aangemaakte
knapperige friséesla (wanneer leren wij nu ook eens “obligate blaadjes groen”
lekker op smaak te brengen?), met daarbij zoetzure peer, kers en champignons.
Een waanzinnig lekker voorgerecht, hoog op smaak, eerlijk en harmonieus. Zo’n
terrine zegt alles over het niveau en de herkomst van Dutournier. De licht
vettige Chardonnay 2007 van Domaine de Romarion (Languedoc) paste er goed bij,
al wilde ik dat ik het geld had gehad voor een Corton-Charlemagne!
Tussen het voor- en hoofdgerecht door, gebeurde er iets
grappigs. Ik had al opgemerkt dat de bediening een beetje vreemd en later
nerveus deed vanwege het feit dat ik ijverig notities zat te maken, om maar
niets te vergeten van het heerlijke eten en drinken. Zij dachten wellicht dat
ik een restaurantcriticus was en dat werd duidelijk toen ik uit het niets van
de gérant een kopje bouillon met gestoomde groenten kreeg aangeboden, “avec les
compliments du chef”. Dit soepje was een variant op Japanse misosoep, rijkelijk
gevuld met knapperig verse courgette, lente-ui, wortel, peultjes, bladpeterselie
en koriander. Geweldig smaakvol en puur. Ik voelde mij toch wel iets opgelaten
door de situatie en heb de bediening laten weten dat zij van mij niets te
vrezen hadden.
“Le plat” mocht er ook zijn: “Noisettes d’agneau de lait
des Pyrenées, tian de légumes et tapenade”. De basis, het vlees, bestond uit
drie heerlijk malse lamsnootjes (stukken lamszadel zonder bot), afkomstig van
zuiglammetjes uit de westelijke Pyreneeën. Deze beesten worden hooglijk
gewaardeerd, niet alleen om hun vlees; van de melk van de vrouwelijke dieren
wordt de bekende Fromage des Brebis gemaakt, zoals Ossau-Iraty. Onder de
nootjes lag de tian, een stapeltje van plakjes aubergine, tomaat en wortel, die
qua smaak Provençaals aandeed. Het geheel was gesigneerd met een streep kruidentapenade,
qua structuur overigens meer pesto dan tapenade. Maar dat deed niets af aan de
heerlijke, typisch Zuid-Franse smaak van dit gerecht.
Als wijn hierbij viel de keuze op de Vin de Pays des Côtes
Catalanes rouge “Trigone le Soula” 2004 van Domaine Gauby, een wijn die ik niet
kende, maar die ik nu nooit meer zal vergeten. 2004 is een blend van 40%
cabernet sauvignon, 30% grenache noir, 22% carignan en 8% syrah. Wat een wijn,
een Vin de Pays van 4 jaar oud, nog totaal levendig, boordenvol zeer rijp, maar
niet overrijp Roussillon-fruit, krachtig, maar zó zacht en puur. Ik kon eerlijk
gezegd aanvankelijk niet geloven dat het een wijn uit 2004 betrof, maar het
etiket loog toch echt niet. Hij was eigenlijk iets te krachtig voor het
lamsvlees, maar de kruidigheid van de tian maakte veel goed. Overigens is het
geen wonder zo’n wijn bij Dutournier te vinden; hij werd namelijk in 1976 al
tot “Meilleur Sommelier-Restaurateur” van Paris-Ile-de-France gekozen en is
betrokken bij de Grand Jury Européen.
Mede door de vrij ruime porties sloeg ik de kaas en een
dessert over, en ging direct aan de koffie. Daarbij kwam wel nog even een
origineel digestief: Blanche Armagnac van Domaine de Lassaubatju. Dit is een
blanke eau-de-vie van Armagnacdruiven, die niet gerijpt is in eikenhouten
vaten, en op ijs wordt geserveerd. Heerlijk verfrissend, ondanks het
alcoholgehalte, en een perfecte afsluiter van een avond eigentijds uit eten in
Parijs. Of moet ik zeggen, een avond eigentijdse “Gascogne à Paris”?
Websites:
www.pinxo.fr
www.viamichelin.fr
www.10best.com/Paris,France/Restaurants
www.bestrestaurantsparis.com
www.guide-restaurants.fr
Lars Daniëls MV.
|